websitetemplate.org - australiana
Wie ben ik ? > Boeken > Papieren moorden > Een willekeurige pagina
 
 

Een willekeurige pagina

!!! Layout is niet zo mooi als in het boek en de covers van de boeken zijn er van tussen uit gevallen !!! 

Spaey, Johanna

Leuven, 16 januari 1966

Studeerde Assyriologie in Leuven en Leiden, eindredactrice voor vrouwenweekblad Flair en boekenrecensente.

 

Dood van een soldaat. Antwerpen: Manteau, 2005, 299 p. – 90-223-1838-9

Op een hete augustusdag wordt een oorlogsveteraan met ingeslagen schedel ge-vonden. Als Sara Sondervorst, de dorpsarts, een poging doet om de moordenaar te vinden, blijkt al snel dat de dode man de perfecte ‘haatverzamelaar’ was. Vrou-wengek, vechtjas en laffe soldaat… Kortom: niet een man die veel tranen ver-dient. Zeker niet in de ogen van Sara’s ex-verloofde, een verminkte officier, die het niet kan laten om Sara’s geheimen een voor een bloot te leggen.

 

Reacties

F De plot is strak, de dialogen snedig en de personages alles behalve karikaturaal. De schrijfster weet de verstikkende, door de oorlogsgruwelen verminkte dorpsmentaliteit pri-ma te vatten (Humo thrillerbijlage juni 2005)

F Knap geschreven met mooie dialogen, beklijvende personages, een goede plot, spitse erotiek, onderkoelde humor (Fred Braeckman, Knack Weekend)

F Ze is een belofte voor de toekomst en een aanwinst voor het genre (John Vervoort, De Standaard)

Persoonlijk oordeel

Steengoed debuut waarin de armzalige omstandigheden kort na WO I, de Groote Oorlog, treffend beschreven worden. Verrassend, controversieel en boeiend hoofdpersonage waarvan het duistere verleden pas helemaal op het einde boven water komt. Spannend omdat alle protagonisten slechts mondjesmaat lossen wat ze willen lossen.

Varia

* Eerste vrouwelijke winnaar van De Gouden Strop. Daarmee is ze de derde Vlaamse auteur. Met de 10.000 euro die ze kreeg als prijs zal ze enkele maanden schrijftijd kopen. Ook Hercule Poirotprijs in 2005

* 'Zo'n prijs is dodelijk voor mijn sex-appeal' (uit een interview met Weekend Knack)

* meer op www.johannaspaey.com

 

Sperans, Felix

pseudoniem van Leon Roelants – Molenbeek-Wersbeek, 3 januari 1944

Studeerde psychologie aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Werkte als inspecteur bij de Belgische Boerenbond. Na een lang aanslepende depressie liet zijn toenmalige vrouw zich van hem scheiden. Dat was het moment om (therapeutisch) te beginnen schil­deren en schrijven.

 

 

Psychiater vermoord. Zingem: Vita, 2004, 124 p. – 90-73323-29-0

Maar als hij de deur openduwt, vindt hij zijn vrouw en twee kinderen vermoord op de vloer. Samen met zijn vriend Lorenzo, een politiecommissaris, gaan ze op zoek naar de moordenaar(s). Zowel zijn vriend als de onderzoeksrechter verdenken echter Erik zelf van de misdaad. Hij dreigt psychisch ten onder te gaan en besluit hulp te zoeken bij een vrouwelijke psychiater. Tot zijn ontsteltenis vindt hij echter de dokter in zijn kabinet verhangen aan de centrale verwarming, en dan nog met zijn eigen broeksriem…

 

Persoonlijk oordeel

Rechtlijnig verhaaltje waarbij de verdachte zijn beste vriend, een politiecommissaris, con-stant terechtwijst en zelf met de onwaarschijnlijke oplossing komt aandraven, daarbij zijn eigen verdriet volledig wegcijferend om de moorden op te lossen.

Varia

* Stichtte een vzw die zich inzet om psychiatrische patiënten te helpen. Daar is hij nog altijd voorzitter van

* Schreef samen met psychiater Marc de Hert Bij de psychiater, waarin beiden verslag doen van Sperans' origineel project: een behandeling per brief

* Publiceerde onopvallende romans onder eigen naam en onder het pseudoniem Noel No­bels

* Sperans kreeg van het farmaceutische bedrijf Eli Lilly, dat onder meer het bekende anti­depressivum Prozac produceert, een award en een geldprijs van 100.000 frank. 'Omdat de vzw psychiatrische patiënten opnieuw onder de mensen brengt', was de motivatie van de jury, die bestond uit psychologen, psychiaters en ver­pleegkundigen

* 'Ik heb al meer dan vijftig psychiaters bezocht. Allemaal beloofden ze me te helpen. Ik ben al meer dan tien keer opgenomen in een psychiatrische inrichting. Ook daar gingen ze me beter maken. En wat is het re­sultaat? Ik ben nog altijd een zot die niet te genezen is'

* meer op http://www.sperans.be

 

Stevens, René

Deurne, 18 april 1964

Studeerde fotografie aan het Antwerps Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en Ambachten waar hij sinds 1993 les geeft in technische vakken.

 

Makarov. Utrecht: Gopher, 2006, 216 p. - 9789051792935

Een jonge Kroatische spionne wordt in Parijs koelbloedig om het leven gebracht. In de kleine toiletruimte van een Antwerpse parochiezaal treft pastoor Bertels het levenloze lichaam van een allochtoon aan. Bloedsporen op een van de wanden duiden op een verdacht overlijden. Commissaris Sanders en hoofdinspecteur Dobbeleers van de Antwerpse federale recherche worden met de zaak belast. Sanders vindt een sleutelbos in de jaszak van de man, maar geen bewijzen die kunnen bijdragen tot de identificatie.


Reacties

F Het verhaal van Makarov is goed opgebouwd, spannend van begin tot eind, ook enige plotselinge veranderingen in de verhaallijn zijn goed gevonden en realistisch. De persona-ges Commissaris Sanders en Hoofdinspecteur Dobbeleers zijn geloofwaardig en goed uit-gewerkt (Jeroen, Crimezone)

F De hoofdpersonen zijn een sympathiek en menselijk duo en de intrige is knap bedacht, maar minder knap uitgewerkt. Daarvoor kent het verhaal te veel losse draden, zoals een lange tijd onbekend figuur die plotsklaps een hoofdrol blijkt te spelen (G.P. Schuring, Biblion)

Persoonlijk oordeel

Rechtlijnig verhaaltje dat met een behoorlijke vaart richting climax gaat. Leest vlot, wel jammer van de vele taal- en zetfouten.


Teigeler, Piet

Antwerpen, 18 juni 1936

Zoon van een economische migrant uit Duitsland en een Vlaamse moeder. Knapte allerlei baantjes op en be­landde op zijn éénendertigste in de journalistiek (achtereenvolgens: avondmedewerker en redacteur De Nieu­we Gazet en hoofdredacteur Panorama). Woont in Spanje en schakelde na dertig jaar journalistiek over naar fictie

 

Onder pseudoniem Woody Dubois (samen met Eddy van Hee – Antwer- pen, 18 april 1933)

 

De Atomium-tapes. Utrecht; Antwerpen: A.W. Bruna & Zoon, 1978, 192 p. – 90-229-1766-5. – (Zwarte Beertjes; 1766)

Woody Dubois is zowel hoofdpersoon als auteur van een nieuwe, opvallen­de reeks spionagethril­lers. Dubois is public-relationsman in de wervelende, sophis-ticated, EEG-hoofdstad, waar finan­ciële, seksuele en politieke belan­gen om de voorrang strijden. In deze wereld van cocktailparty’s, seks en sleutelclubs kan de J&B-drinkende, moderne-kunstverzamelende Woody zich met zijn Sia­mese ex-kater Planchet uitstekend staande houden.

Het Noordzee-incident. Utrecht; Antwerpen: A.W Bruna & Zoon, 1978, 188 p. – 90-229-1790-8. – (Zwarte Beertjes; 1790)

In deze tweede Dubois-thriller wordt Woody’s comfortabele leventje be­dreigd door vrouwelijk schoon in de welgevormde personen van Bichette en Mireille en door de Tupamaro’s die een wa­terstofbom tot explosie willen brengen als op hun eisen (honderd miljoen gulden en vrijlating van een aan­tal politieke gevangenen) niet wordt ingegaan…

 

Onder eigen naam

 

Een dode op Sint-Anneke. Antwerpen: Houtekiet, 1995, 173 p. - 90-5240-338-4. – (Carpentier en Dewit; 1)

Het is zondag en het is zo heet in Antwerpen dat commissaris Carpentier een beetje nukkig doet. De jonge hoofdinspecteur Dewit vergeeft het hem. Er zijn nu eenmaal leukere opdrachten dan tij­dens het lunchuur lij­ken gaan bekijken. En dan nog op het overbevolkte strand van Sint-An­neke. De jonge vrouw ligt op haar rug onder een vrolijk gestreepte para­sol. Het minuscule kogelgaatje onder haar linker jukbeen zou je voor een schoonheidsvlekje kunnen houden.

De koningin van de Vogelenmarkt is dood! Antwerpen: Houte­kiet, 1996, 158 p. - 90-5240-348 1. – (Carpentier en Dewit; 2)

Waar zijn de gouden sovereigns van Moemoe? Waarom zwaait nonkel Achiel met zijn eretekens van het Oostfront? Waarom krijgen de Van Dommelens anonieme brieven? Hoeveel erft Fran­çois? En wie heeft Wiske Van Dommelen vermoord? Of is zij niet vermoord? De kranten schreeuwen moord en brand en Erika Schepers, de mooie jonge onder­zoeksrechter, wil haar eerste zaak zo snel mogelijk afronden.

Elvis dood in Deurne. Antwerpen: Houtekiet, 1996, 166 p. - 90-2609-33-4. - (Carpen­tier en Dewit; 3)

Carpentier zucht moedeloos. Zo zout heeft hij het nog nooit gegeten: een Elvis-imitator, gewurgd in een kamer die vanbinnen op slot zit, het cijfer 8 met schminkstift op de spiegel geklad, een ma­nager die korporaal is bij de para-commando’s, een stelletje lijfwachten die als de Blues Brothers bekend staan, een newage-mevrouw met paranormale gaven en een dochter die godbetert Lisa-Marie heet.

Drie dode meesters. Antwerpen: Houtekiet, 1997, 203 p. - 90-2611-314-5. - (Carpentier en Dewit; 4)

Kerstdag zes uur ’s ochtends, er is een man vermoord. Gruwelijk ver­moord, want met hoofd en handen ondergedompeld in ziedend frituurvet. Op het Falconplein, ook bekend als ‘het Rode Plein’, vindt Carpentier adjudant-chef Tillemans van de BOB, die hem het onderzoek wil afhan­dig maken. Dewit botst er op Sveta, een mooie Georgische die een peet­vader heeft, die helaas de peetvader van de ‘Rus-sische maffia’ is.

De geur van God. Antwerpen: Fontein, 1998, 204 p. - 90-5240-532-8. - (Carpentier en Dewit; 5)

Als commissaris Carpentier een uitnodiging krijgt voor een klasreünie, dertig jaar nadat hij afge­studeerd is aan Sint-Krispijn, komen zijn colle­gejaren terug als een zure oprisping. Zijn stemming verbetert er niet op als een lustmoordenaar eerst de vrouw van een schoolkameraad en ver­volgens zijn eigen buurvrouw op een gruwelijke manier om het leven brengt.

De zwarte dood. Antwerpen: Houtekiet, 2000, 270 p. – 90-5240-561-1. - (Carpentier en Dewit; 6)

Paniek in de Antwerpse metro. Een harde knal, iedereen vlucht, een lijk blijft achter. De speurders Carpentier en Dewit krijgen het onderzoek toegewezen. Of wordt het hun in de maag gesplitst? De identiteit van de dode, een extreem rechtse advocaat, suggereert namelijk een politieke moord. De media ruiken een nieuw schandaal, de magistratuur is bang zich de vingers te branden en ui­terst rechts marcheert en zwaait met ven­dels, ook binnen het politiekorps.

Karoshi. Antwerpen: Houtekiet, 2001, 190 p. - 90-5240-621-9. - (Car-pentier en Dewit; 7)

Commissaris Carpentier vindt een lijk in een stille straat. Als hij eindelijk thuis-komt draait zijn vrouw hem de rug toe. Dat is helaas niet zijn enige zorg, want zijn trouwe assistent Leo Dewit is naar de nieuwe Federale Recherche vertrokken en diens opvolger, de verwaande ex-rijkswachter Napoleon, doet alles om de commissaris in diskrediet te brengen. Wat deed hij in het holst van de nacht in die bepaalde straat?

Het dwaalspoor. Antwerpen: Houtekiet, 2002, 224 p. - 90-5240-676-6

Frans Laarmans ging niet recht naar huis, zoals hij ons wil doen geloven op het einde van Het dwaallicht van Willem Elsschot. Laarmans ging naar de Lange Ridderstraat en dat zal hem bezu­ren. In Het dwaalspoor keert misdaadauteur, Piet Teigeler, terug naar het Antwerpen van 1938 om uit te zoeken wat Laarmans echt heeft uitgevreten in die ellendige no­vembernacht, aan de voor­avond van de twee-de grote wereldbrand.

Dodenakker. Antwerpen: Houtekiet, 2003, 219 p. – 90-5240-735-5. - (Carpentier en De­wit; 8)

Commissaris Carpentier doet wat gepensioneerden verondersteld worden te doen: in alle rust een eindje kuieren, onder meer met zijn vriend, Maurice Mendelsohn en met zijn hondje, Watson. Uit­gerekend tijdens zo’n wandeling in het Antwerpse begrafenispark Schoonselhof komt zijn terriër aandraven met iets groezeligs in zijn muil. ‘Auris externe,’ zegt dokter Mendelsohn, ‘voor de la­ger opgeleiden: een mensenoor!’.

Reacties

(De Atomium-tapes) Goed werkje voor een paar uurtjes griezelige ontspanning (Adri­aan Duerloo, Boe­kengids)

(De zwarte dood) Het had noch de spanning, noch de vaart van het verhaal geschaad, indien de auteur de lezer nog wat meer ruimte en pagina’s had gegund (Staf Schoeters, Leesidee)

(De geur van God) Piet Teigeler besteedt veel aandacht aan zijn twee hoofdpersona­ges, die psychologisch goed onderbouwd zijn en door hun tegenstellingen elkaar zowel aantrekken als afstoten. Knap is de manier waarop hij het duistere verleden van zijn per­sonages laat overvloeien in hun hedendaagse schimmige praktij­ken (Chris Vandenbrouc­ke, Leesidee)

Persoonlijk oordeel

De twee Woody Dubois boekjes zijn hilarische persiflages op spionageromans waarvan het hoofdpersonage er gewild over is. De eerste vier Carpentiers overstijgen nergens de